“De grote vraag die iedereen stelt is: “wil je nog terug” ?
Ja, ik wil nog terug maar niet direct. Met ons klimaat van regen, van sneeuw en kou, lijkt het mij onmogelijk een koude douche zalig te vinden. In een land waar de hevige zon dagelijks het land kleurt en zorgt voor een stijgende temperatuur, blijkt een koude douche een zaligheid. Eigenaardig genoeg heeft de lokale bevolking geen last van de warmte.
In Abidjan, de hoofdstad van Ivoorkust, kregen we onze eerste kennismaking met de overbevolkte straten waar voetgangers, fietsers, moto’s en auto’s allemaal kriskras door elkaar rijden. We werden hartelijk verwelkomd door de kinderen van het SOS Kinderdorp Abobo
Ons team werd er voorgesteld als “l’équipe médicale”.
Op zondag, de 3de dag van onze missie, kwamen we aan in Lomé (Togo). We kregen een busje te onzer beschikking en we hadden zes uur nodig om in Kara te geraken. De weg was hobbelig, vol putten en spleten. De container met medische goederen was spijtig genoeg nog niet toegekomen. Dagelijks werd er uitgekeken naar die container, die er normaal gezien al begin november had moeten zijn. De laatste dag kwam dan toch de vrachtwagen met de medische goederen van Sint-Augustinus. Momenteel zijn ze nog niet in gebruik, alles krijgt eerst zijn juiste plaats.
Ondertussen hadden Hilde en Lin, de vroedvrouwen, de verloskamer gepoetst en alles een betere plaats gegeven. Tijdens de missie zijn er slechts twee bevallingen geweest. Het aantal bevallingen blijkt niet op 500 per jaar te liggen, eerder op een 300-tal. De gynaecoloog heeft wel heel veel consultaties gedaan, zijn tijd was wel besteed. Daarnaast werd er elke dag les gegeven, de voertaal is Frans.
Op zondag zijn we naar een mis geweest bij Don Bosco, een orde van paters die de kinderen technisch onderwijzen. Het was een bonte mengeling van kleuren en vormen. De vrouwen zijn prachtig gekleed met kleurrijke stoffen met grote motieven, die gedragen worden als hoofddeksel en als lange rokken.”