SOS Kinderdorpen in de frontlinie van de vluchtelingencrisis

Michael
Michael
14 maart 2016

Vluchten voor bommen in Syrië, bibberen op een bootje in de Middellandse zee, te voet van grens tot grens in de Balkan en uiteindelijk op zoek naar een nieuwe thuis in Europa. Het is het intrieste verhaal van miljoenen mensen wiens thuis herleid werd tot een slagveld. Met hulpacties in Syrië (oude thuis), Libanon en de Balkan (onderweg) en Europa (nieuwe thuis?), staat SOS Kinderdorpen in de frontlinie van de vluchtelingencrisis.

Wael, in het gezicht geschoten door een sluipschutter
Toen Wael in het ziekenhuis van Aleppo binnen gedragen werd, was hij helemaal onder het bloed en was zijn onderkaak verbrijzeld. Hij werd in het gezicht geschoten door een sluipschutter en lag 12 uur in een coma. Mama Wael: “We hebben geluk dat SOS Kinderdorpen ons steunt. Sinds het ongeval van Wael zijn ze ons blijven volgen. Ze betaalden zijn operatie en helpen ons nu met een veilige schuilplaats. Ze zijn anders dan andere hulporganisaties. Ze helpen me als alleenstaande moeder om overeind te blijven.”

Wael is bang dat de sluipschutter zal terug komen om hem te doden. Hij is nerveus en begrijpt niet waarom hij niet meer goed kan lachen of praten. Toen Wael ongeveer een jaar later terug een paar dagen naar school ging, viel er een mortiergranaat in zijn school. Drie kinderen overleden.

Cijfers: Wat doet SOS voor vluchtelingen in Syrië en Libanon?

  • 1200 kinderen: een veilige thuis, basisnoden en onderwijs in vier SOS Opvangcentra
  • 7.250 kinderen: dagopvang, basisnoden en psychologische steun in vier kindvriendelijke ruimtes
  • 14.600 mensen: cruciale noodhulp qua voeding en hygiëne
  • 100 moeders: opleiding naaien als bron van inkomsten in vluchtelingenkampen

In een SOS opvangcentrum in Syrië
“Ik herinner me de dag dat ik op de vlucht moest nog alsof het gisteren was”, vertelt Hassan (12). “We laadden snel nog wat spullen in mijn ooms pick-up truck en snelden door de straten om de mortiergranaten voor te blijven. Mijn vader zat achterin in de laadbak. Toen een granaat té dichtbij viel, doorboorde een stuk metaal zijn hart. Hij tuimelde uit de wagen en stierf. Ik schreeuwde huilend tegen mijn oom dat hij moest stoppen. Die antwoordde dat ik gek was. De bommen bleven vallen. Doorrijden was de enige optie. Ik besefte toen nog niet dat dat de laatste keer was dat ik mijn vader zou zien.”

Hassan woont nu samen met zijn broertje in het tijdelijk opvangcentrum van SOS Kinderdorpen in Damascus, Syrië. Na de dood van zijn vader woonden ze twee jaar bij zijn grootmoeder. Tot ook zij niet meer voor hen kon zorgen. Terwijl de jongens traumatische ervaringen proberen verwerken, zoeken onze medewerkers een oplossing voor de broers.

Hun toekomst is dus nog niet verzekerd. Verre van. Maar op dit moment zijn ze wel veilig. Miljoenen andere kinderen zijn dat niet. In Syrië zijn vandaag zes miljoen mensen op de vlucht voor geweld. Nog eens vier miljoen Syriërs hebben ondertussen hun land verlaten (UNHCR). Ter vergelijking: dat is heel België dakloos en op de vlucht.

In een vluchtelingenkamp in Beirut, Libanon
1,5 miljoen onder hen zoeken hun toevlucht tot buurland Libanon (UNHCR), een land een derde zo groot als België. Als je bedenkt hoeveel moeite het België kost om 34.000 vluchtelingen (Fedasil) op te vangen, dan kan je je inbeelden dat de situatie in Libanon vandaag erbarmelijk is. Voor meer dan de helft van de vluchtelingen in Libanon is er geen enkele hulp beschikbaar.

Ammar (11) kan er van mee spreken. Hij is nu met zijn mama en drie broers en zussen in een vluchtelingenkamp in Beirut. Zijn vader overleed in Syrië. Als oudste ‘man’ voelt hij zich verantwoordelijk voor het lot van zijn familie. Ammar: "De hele week zoek ik op vuilnisbelten naar waardevolle spullen. Op zondag probeer ik die te verkopen. Ik ben de kostwinner van mijn familie. Ik heb geen keuze.”

Terwijl het gezin probeert te overleven, maakt Ammars moeder zich ernstig zorgen over haar zoon. “Een explosie beschadigde de spieren rond Ammars oog. Volgens de dokters heeft hij binnen de vier jaar een operatie nodig, of hij verliest zijn oog. We willen doorreizen naar Zweden, waar Ammar geopereerd kan worden, voor het te laat is.”

Aan een grenspost in de Balkan
Doorreizen naar Zweden… makkelijker gezegd dan gedaan. Eerste hindernis: de Middellandse Zee. Een miljoen mensen waagden de gevaarlijke oversteek in 2015. Bijna 4.000 mensen verdronken (UNHCR). Nadien van grenspost tot grenspost doorheen de Balkan: Griekenland, Macedonië, Servië, Kroatië, enzoverder. Hulp krijgen ze soms. Angst, honger en uitputting is er altijd.

Igor, hulpverlener aan een noodhulppost van SOS Kinderdorpen in Servië, vertelt ons het verhaal van Marita, 13 maanden oud. Marita is in de draagzak van haar moeder onderweg naar de Kroatische grens. Igor vraagt haar mama of ze hulp nodig heeft.

“Sorry, we moeten verder. De grens over”, zegt Marita’s moeder, zichtbaar gestresseerd en vermoeid. Igor dringt aan. Ze houdt halt, kijkt naar de grond en begint te wenen. “Drie dagen geleden zag ik bloed in de stoelgang van mijn baby. Sindsdien kon ze zich niet meer ontlasten. Ik ben bang.”

Igor overtuigt haar om te rusten in de hulppost voor ze verder trekt. Er is een dokter, er zijn medicijnen. Marita’s moeder vertelt Igor dat ze uit Damascus komt. Ze is al een maand onderweg. De vader van Marita is nog in Syrië. “We konden de oversteek niet voor drie betalen. Hij heeft niets meer in Syrië. Ons huis, onze auto. Alles is kapot”.

De dokter onderzoekt Marita en geeft haar een gepast geneesmiddel. Hij vraagt Igor om wat verse voeding mee te geven. Het is de reisvoeding die Marita ziek maakt. Ook dit gezin wil naar Zweden. Ze hebben er een nonkel. Nog een lange weg te gaan…

Cijfers: Wat doet SOS voor vluchtelingen in de Balkan en Oost-Europa?

  • 7.500 mensen: noodhulp qua voedsel en hygiëne
  • 7.000 kinderen: dagopvang, basisnoden en psychologische steun in twee kindvriendelijke ruimtes
  • 150 families: huisvesting, medische zorg, onderwijs en economische steun
  • 1.000 mensen per dag: contact met familie en informatie via telecommunicatiepost

In Europa, land van melk en honing
In Europa krijgen de vluchtelingen niet altijd de welkom die ze verwachtten. Mensenhandelaars verkopen Europa als het land van melk en honing, maar de realiteit is niet altijd zo rooskleurig.

In zowel de volksmond als de media worden vooroordelen en discriminatie niet geschuwd. Een gevolg daarvan is dat veel Europese lidstaten een grens stellen: zij tonen zich niet bereid om de opvangcapaciteit nog verder uit te breiden. De plaatsen zijn dus beperkt. En ook de kwaliteit van de opvang laat regelmatig te wensen over. Zeker als het gaat over kinderen.

Een voorbeeld: op tien februari 2016 getuigde een tienermeisje uit Albanië op het VRT Journaal hoe ze in een opvangcentrum met zeven meisjes en 130 mannen verbleef. Nicolina Jorissen, pedagogisch adviseur bij SOS Kinderdorpen België:

“Dergelijke levensomstandigheden zijn niet veilig voor kinderen. En zeker niet voor meisjes. Te veel mensen op een kleine ruimte, in een sfeer gedomineerd door stress, trauma en onzekerheid: dat zorgt onvermijdelijk voor moeilijkheden. En in zo’n grote groep kunnen kinderen nooit de nodige zorg en aandacht krijgen. Zeker niet als je bedenkt welke traumatische ervaringen velen onder hen meemaakten. Kinderen zijn zo opnieuw aan het ‘overleven’, niet aan het leven.”

Om die reden richt SOS Kinderdorpen zich in Europa vooral tot deze doelgroep: kinderen die helemaal alleen op de vlucht zijn, ‘niet-begeleide minderjarigen’. We willen dat de opvang en begeleiding in overeenstemming is met de kinderrechten.

Nicolina: “We vangen hen op in kleinschalige leefgroepen van een tiental kinderen. Weg van het gevoel van een instelling en richting het familiale. Zo kunnen we ieder kind een aangepaste begeleiding bieden. Dat is noodzakelijk: sommige kinderen waren getuige van misdaden of werden zelf slachtoffer van geweld. Daarom zijn we erg alert voor tekens van trauma. Andere kinderen hebben gewoon een gevoel van veiligheid nodig. Voor ieder kind is het ons doel om hen opnieuw te laten dromen over hun toekomst, of die nu hier of elders ligt.”

Ook in België
Ook in België zal SOS Kinderdorpen binnenkort starten met de opvang van niet-begeleide minderjarigen. Zowel in Vlaanderen als in Wallonië zullen we telkens tien kindvluchtelingen opvangen. Cruciaal daarbij is dat we ervoor zorgen dat broers en zussen niet van elkaar gescheiden worden. In moeilijke tijden betekenen zij een belangrijke steun voor mekaar.

Cijfers: Wat doet SOS voor vluchtelingen in West-Europa?

  • 514 niet-begeleide minderjarigen: kleinschalige, familiale opvang in Oostenrijk, Finland, Duitsland en Italië
  • 160 niet-begeleide minderjarigen: opvang gepland in 2016 in België, Noorwegen en Spanje
Lees meer artikels over: Vluchtelingencrisis, Syrië

Help vluchtelingen, doe een gift

Kies een bedrag
Ik steun
Uw gegevens

Meer info over Europese domiciliëring? Klik hier

Jouw rekeningnummer
Maandelijkse betaling via domiciliëring: Meer info
Opmerkingen